De route die ik vandaag heb moeten afleggen was één van de kortste van de hele tocht. En ook één van de vlakste wandelingen. Ik ga door de delta van de Ebro. De Ebro is de langste rivier in Spanje (910 km) die zowel begint als eindigt in Spanje.
Ik mocht het van mezelf dan ook rustig aan doen. Rond 7.15 uur opgestaan en tegen 8 uur een desayuno genomen in het restaurant van het hotel. Van alle ontbijten tot nu, was dit met stip de slechtste. Ik kreeg drie plakjes van een (droog) stokbrood (plakjes die wij in huis gewoon gebruiken als toastje voor brie e.d. daarbij een heel klein kuipje boter en een cupje met jam. Vermeldenswaard is zeker dat er ook een croissant bij zat, maar zo droog heb ik het niet eerder gehad. De jus d’orange was uit een pak. Alleen de koffie krijgt van mij een voldoende😓. Daar kan het uitzicht (zie foto) niet veel meer van goedmaken.
Hoewel ik zelf denk nog niet aan slijtage onderhevig te zijn (maar dat is een persoonlijke inschatting), geven de materialen die ik gebruik wel een zekere mate van slijtage aan. Zo is mijn rugzak al een hele tijd voorzien van een riem die eerder niet nodig was. Nu is ook mij tweede paar sokken toe aan een vervolg van hun carrière in een afvalbak.

Wel fijn dat mij zwager op 6 juli komt om twee paar nieuwe sokken mee te nemen. Heel mooi😬. We hadden nog kort een discussie over de kleur van de sokken, maar dat zal wel of niet goed komen.
Tot het eindpunt zou ik vandaag niets meer tegenkomen waar ik kan zitten. En ik had toch te weinig water. Dus ook nog een zoektocht naar water. In een café wilden ze me wel water verkopen, maar beter (en een stuk goedkoper) adviseerde ze mij naar de Spar te gaan. Die zou open zijn. Niet dus😬.
Uiteindelijk met voldoende water vertrokken. Op de foto kun je de delta ontdekken als horizon. En mijn route zou langs de kustlijn gaan en later afbuigen naar Deltebre. Het eerste stuk was heel mooi aangelegd en daarna over een mooi pad. Ik zag al wel een bordje doodlopend, maar die negeer ik meestal.
Dat had ik in dit geval niet moeten doen. Er stonden ook bordjes met doodlopend en een streep door voetgangers. Een tegemoetkomende auto zei me nadrukkelijk dat er geen mogelijkheid was om door te lopen.
Dat heeft me bijna twee kilometer ‘gekost’. En dan blijven de mogelijkheden beperkt. Dat wil zeggen; ik moet langs de weg lopen. Ook wel met een redelijk brede berm, maar dat is toch minder lopen.
Je krijgt wel het gevoel dat je in Flevoland loopt, want het is echt helemaal vlak met helemaal niets aan de kant. Nou ja, er zijn enorm veel irrigatiekanaaltjes die een heel systeem hebben. Wat bredere en wat smallere. En richting zee liggen ze ook iets lager. De velden zijn super groen en het ligt ook allemaal net iets onder water. Het zijn dus rijstvelden. Veel vogels (witte en zwarte dunne lange vogels met hoge poten). Pas later dacht ik er aan om de Marijke-vogelgeluiden-app te gebruiken. Dan had ik nu ook het merk vogel kunnen opschrijven. Onder Valencia heb ik nog een kans. En zelfs op mijn laatste etappe.
Ik was ondanks de extra kilometers toch rond 13.30 uur in Deltebre. De naam is een samentrekking van Delta de L’Ebre. Ebre is de Catalaanse vertaling van Ebro.
Ik kan heel wat toeristische informatie geven over gebieden en steden/dorpjes die ik gezien heb in de afgelopen maanden. Deltebre zou ik niet op het lijstje zetten van steden die je zou moeten bezoeken. Na de lunch ben ik even gelopen naar de rivier, want dat zou bijzonder moeten zijn. Ik heb er geen foto van gemaakt.
Ik had al gezegd dat ik me nu toch al meer aan het focussen ben op de laatste dagen van mijn tocht. Met name wanneer een wandeling zoals deze niet echt inspirerend is en ik morgen nog een heel stuk door het zelfde gebied loop, kan ik dat niet onderdrukken. Ik besef echt wel dat ik nog een groot aantal kilometers moet lopen.
En ook alle berichten, reacties, appje en telefoontjes vertellen me dat ik er bijna ben. Volgens mijn planning mag ik nog zo’n 330 kilometer lopen. Mijn ervaring met planning is dat het dan waarschijnlijk iets meer is.
Vandaag 15,9 kilometer gelopen en gevoegd bij het totaal tot en met gisteren kom ik nu op een totaal van 2379,1 kilometer.
Relativeren
In een gesprek met een vriend kregen we het over het onderwerp “deproblematiseren” oftewel de dingen zo omschrijven dat ze helemaal niet erg zijn. Hij was daar best goed in en hij kon hierdoor de situatie zelf relativeren.
Ik heb deze manier van omgaan met ernstige situaties zelf ook toegepast. In het ziekenhuis, toen ik net was opgenomen met een dwarslaesie, deed ik net alsof het helemaal niet erg was. Ik kon immers mijn armen nog gebruiken en mijn hoofd was gelukkig niet beschadigd de rest leek bijzaak. Vooral naar de kinderen toe deed ik of het heel erg mee viel en dat ik zo weer hersteld zou zijn. Later in het revalidatiecentrum paste ik dezelfde techniek toe. Familie en vrienden die op bezoek kwamen hadden vaak een bedrukte uitdrukking op hun gezicht en waren erg bezorgd. Ik was vrolijk en stelde hen gerust door te vertellen dat allemaal best meeviel. Steeds relativeerde ik dat er zoveel mensen waren die het veel erger hadden dan ik. En zo hield ik mezelf mooi voor de gek.
Ik heb het heel lang vol kunnen houden op deze manier. Toch moest ook ik voor mezelf erkennen dat het eigenlijk helemaal niet meeviel! Dat ik heel veel had moeten inleveren. En dat ik net als de andere dwarsleten heel veel klachten had die niet zichtbaar zijn voor de buitenwereld.
Dit was een flinke psychische klus voor mij en gelukkig had ik een goede psycholoog die me heeft geholpen.
Deproblematiseren doe ik, net als mijn vriend nog steeds en relativeren gaat me ook nog prima af.
Ellen, incomplete dwarslaesie C6
















