Dag 40 Vezelay – Quarré-les-Tombes 30-04-2026

Gisterenavond toch nog even gepuzzeld over de tocht van vandaag. Het zou een tocht worden van 30 kilometer. En daarna moest ik er dan nog zo’n 9 kilometer lopen naar mijn overnachtingsadres. En er zaten daarbij ook nog heel pittige stukken tussen. Ik dacht; dat beslis ik wel als ik ga lopen. 

Vanmorgen rond 7.30 uur een prima ontbijt gehad en tegen 8 uur vertrokken. Eerst naar de Boulanger om een broodje voor onderweg mee te nemen en daarna lopen. Ik vond het een kaal begin, en ik had in de gaten dat mijn stokken nog op de hotelkamer stonden. Dus een retourtje van 200 meter en alsnog onderweg. Omdat ik gisteren steil omhoog moest, had ik het idee dat het tegenovergestelde zou gebeuren. En dat klopte, zij het dat een deel met trappen ging. Uitzichten wederom fantastisch. Daarna een stukje langs de rivier (nog steeds de Cure) en daarna over een relatief vlak stuk weg van Vezelay. Als je dan af en toe omkijkt  is het toch wel heel bijzonder om de abdijkerk van Vezelay zo te zien pal in de zon. Wat een bouwwerk.  

En dan de splitsing van wegen. De ene gaat via Martigny l’eglise en de andere min of meer rechtstreeks naar mijn eindbestemming (Quarre les Tombes). Op het allerlaatste moment toch voor de rechtstreekse gekozen. Scheelt uiteindelijk 10 kilometer. 

Zelfs na 10 kilometer lopen kon ik, achterom kijkend, de abdijkerk en de contouren van Vezelay nog zien. Om 9.50 uur werd ik gebeld door TwenteFM voor een update van mijn route. Altijd leuk om wat te vertellen. Na de ‘beklimming’ van de tweede heuvel van de dag liep ik het Foret national de Morvan binnen. Daar zijn er trouwens heel veel van.  Het voordeel van door een bos lopen, is wel de schaduw en de heerlijke wind die er door ging. Nadeel is dat je na tien kilometer wel weet hoe bomen er uit zien. En je eigenlijk de omgeving minder meemaakt. Het was een gemakkelijke weg. Voor een groot deel een geasfalteerd landweggetje en deels een karrepad.

Eenmaal uit het bos kwamen de prachtige vergezichten weer. Dat verveelt nooit. Ook vandaag weinig dorpjes en als ze er al zijn, maken ze een uitgestorven indruk. In een van die dorpjes heb ik naast de kerk naast een oorlogsmonument 1914-1918 mijn broodje gegeten. En even een foto van het monument. Ik had het al eerder geschreven, maar ik heb echt de indruk dat elk dorpje een monument heeft. En het wordt ook onderhouden. Ook al eerder gememoreerd: we leren er niets van helaas. 

Rond 14.30 uur was ik op mijn eindbestemming. Leuk hotelletje waar ik de enige gast ben. Ik heb de sleutel van het hotel en mij is gevraagd ook het hotel zelf op slot te doen, als ik nog wegga of wat ga eten. Ik ben benieuwd hoe het ontbijt is voor één persoon morgenvroeg. 

Op de kamer toch nog even een wasje gedaan, want het zweet komt overdag wel los. Daarna douchen en op een terrasje (jaja dat is hier) gezeten. Daar heb ik de hele planning voor de komende dagen aangepast. En blijf ik ook nog een beetje bij de oorspronkelijk geplande route. Het wordt wat meer van links-naar-rechts. 

Voor de komende dagen heb ik nu ook de overnachtingen geregeld. 

Ik had gisteren foto’s geplaatst van twee plaatsnaambordjes en zelf een verklaring gegeven (volledig een eigen gedachtenspinsel) waarom er twee bordjes staan. Eén ex-collega van mij, Margit, heeft het uitgezocht. Heel  bijzonder. Maar er zit echt een geschiedenis aan die plaatsen. Onderstaand wat Margit heeft uitgezocht;

Er was eens, in de 13e eeuw, een heer van Arcy genaamd Geoffroy die, voordat hij op kruistocht vertrok, de landen van Lac-Sauvin aan zijn broer Gerard van Vézelay moest afstaan. Toen de bossen gekapt waren en de gehuchten aan weerszijden van de weg gesticht waren, bleef het westelijke deel onder het heerschap van Arcy, dat de naam Lac Sauvin behield, terwijl het oostelijke deel, La Jarrie genaamd, onder de jurisdictie van de abdij van Vézelay, parochie Saint-Moré, viel. De oude heren zijn verdwenen, de parochies zijn omgevormd tot gemeenten; het pad is een rijweg geworden, en toch is er niets veranderd. De weg die dit gebied met twee namen doorkruist, dient nog steeds als administratieve grens.

Dus: Lac Sauvin ligt rechts van de weg en La Jarrie links van de weg 😁

Toch heel leuk om te weten. 

Het is nog steeds opvallend hoe weinig ik andere mensen tegenkom. Door het bos lopen op een heel gemakkelijk geasfalteerd landweggetje (toch zo’n twee uur) en echt niemand zien, valt soms wat zwaarder. Vandaag had ik dat wel een beetje. Als de omgeving je constant triggert en bewust opneemt in je gedachten is dat absoluut niet het geval, maar met 10 kilometer frisgroene bomen triggert de omgeving toch een stuk minder. Dan denk je; dit is nu wat ik wilde toch?  Dan denk ik ook aan de dagen  dat Gerard komt en daarna Bertie samen met Fons en Hedwig. Daar word ik dan weer blij van. 

En als ik dan over ben in een klein dorpje waar hard gewerkt wordt aan een fêtes artisanale met ook wat kermisattracties dat morgen hier begint, vind ik dat ook direct weer heel mooi en  grappig. Vanuit mijn hotelkamer kijk ik uit op het festiviteitenpleintje. Gelukkig dus vanavond niet. 

Vanavond een pasta gegeten in een Italiaans ogend restaurant. En ook hier hoor je gewoon gasten die Nederlands spreken. Geen caminogangers. 

Vandaag 25,7 kilometer gelopen, waar ik er 30,0 gepland had. Planning en werkelijkheid gaan nu uit elkaar lopen, maar ik vergelijk de werkelijke kilometers met de planning voor de dag. 

In totaal heb ik nu 917,6 kilometer gelopen, waar ik er 870,4 heb gepland. Nog steeds redelijk bij elkaar in de buurt.