De rustdag in Le Puy en Velay zit er weer op. Er moet weer gewandeld worden. Met een beetje pijn verlaten we ons perfecte appartement pal naast de kathedraal waar in de ochtend om zeven uur de mis plaatsvindt voor de pelgrims. ‘Helaas’ konden wij daar niet heen.
Fons en ik moesten de bagage ( drie tassen, niet die van mij) vóór acht uur brengen naar Malle Postale, die de bagage naar de overnachtingsplek brengt. Dus ruim op tijd vertrokken om zo ook weer ruim vóór acht uur weer terug te zijn. In de tussentijd zou Hedwig brood halen en Bertie de tafel klaarmaken en de eieren koken.
Fons en ik hebben 40 minuten gewacht bij het kantoor. Het blijkt pas om acht uur open te gaan. Balen! Maar het is niet anders
Uiteindelijk werd het negen uur toen we vertrokken. Ik moest wel even wennen hoor. De afgelopen weken heb ik geen pelgrim gezien en hier kon je zo wat over de koppen lopen. Waar we ook liepen: altijd zag je wel pelgrims lopen of rusten. En wat ook opvalt is dat er mobiele kraampjes zijn waar je onderweg koffie en brood kunt halen. En als je in een plaatsje komt, is er altijd een café. En die zijn nog open ook. Wat een contrast ten opzichte van de vorige weken.
Eigenlijk wel leuk hoor, en je ziet zoveel verschillende mensen (heel sportieve mensen, mensen waarvan je denk: is dat wel gezond, veel vrouwenclubjes en natuurlijk een categorie waar wij bij horen😀).
De route was zeer goed te doen. In het begin een behoorlijke stijging om Le Puy uit te komen en daarna een soort van vals plat voor zo’n 18 kilometer. Een paar keer door een dorpje gekomen. Je ziet daaraan dat het hier een vulkanisch gebied is aan de stenen waarmee de huizen zijn gebouwd en ook aan de karrenpaden met vulkanisch gruis waar we op liepen. En de plaatsen zien er een stuk verzorgder en beter onderhouden uit dan in de vorige gebieden.
Ondanks dat de stijgende kilometers door een brede vallei gingen, waren de uitzichten prachtig. Ook het weer was prima met zon en wolken. Dat maakt de foto’s ook leuker. Tot 5 kilometer voor het eindpunt zijn we van 540 meter gestegen naar 1200 meter. De laatste 5 kilometer moesten we er dan weer 350 meter naar beneden. En dat ging af en toe behoorlijk steil met een ondergrond van grove stenen, zand en boomwortels. Niet altijd een pretje om over te lopen.
Om half vijf kwamen we aan in Saint Privat d’Allier. Een heel pittoresk plaatsje en zeer overzichtelijk. Een aantal auberges, gites en hotels waar we op een terrasje ons drankje hebben genuttigd. Het bleek meteen ons hotel te zijn.
Na het relaxen en opfrissen een tochtje gemaakt door het stadje (echt leuk) en daarna in het hotel gegeten. Bertie en ik konden via FaceTime nog even bij de bijzondere avond van De Oude Esch zijn die nu bij Marijke zijn. Dat zijn van die momenten dat we daar zelf ook heel graag fysiek bij waren geweest. Bert heeft namens ons team op een heel mooie manier stil gestaan bij het gemis van Leo.
Vanavond liggen we vroeg in bed. Voor mij is het dan wel de 48e etappe, maar voor Bertie, Hedwig en Fons was het hun eerste. En net als dat bij Gerard het geval was, voelen ook zij alledrie in de benen en de voeten dat ze een 24 kilometer hebben gelopen en zeker niet op vlak terrein. Morgen is de etappe wat korter. Hopelijk vallen de pijntjes dan mee.
Vandaag hebben we 24,1 kilometer gelopen. Gevoegd bij de 1345,7 tot de rustdag, staat de totaalteller nu op 1369,8 kilometer.
Vandaag 18 mei 2026 lopen we de etappe van Le Puy en Velay naar Saint Privat D’Allier. Voor ons de eerste etappe, Ben is al 46 etappes onderweg, vanaf het moment dat hij Oldenzaal heeft verlaten.
We wandelen vanaf vandaag vier dagen met hem en Bertie mee.
Vandaag is het ook 36 jaar geleden dat ik een fors ongeluk heb gehad. Op rondreis door Oost Turkije tussen Van en Diyarbakir bezochten we de Malabadi brug, een Seltsjoekische Spitsboogbrug. Nu mooi gerestaureerd en op de wereld erfgoedlijst, toen best wel een bouwval. Toch kon je er een stuk op lopen, via de rand en daar ging het ook meteen mis. Bij het maken van een foto deed ik een stap naar achteren. Daar zat een gat in en ik stapte in het luchtledige, viel naar beneden, greep om me heen, kon me echter nergens aan vast houden. Uiteindelijk kwam ik na een vrije val van 8 meter een stuk lager terecht, via mijn voeten, op mijn rug.
Grote paniek. Mijn vrouw had het niet gezien en durfde niet te kijken. Minimaal een dwarslaesie was haar gedachte op dat moment.
Ik had veel pijn, maar wel nog gevoel in mijn voeten. Pas nadat ik die boodschap via omstanders aan haar door had gegeven, durfde ze te komen. Ik kon me bijna niet bewegen door de pijn. Mijn linker voet kon ik ook niet optrekken.
Met behulp van een deur dat in de buurt ergens uit een kozijn werd gelicht, werd ik uit ravijn bevrijd. En na enige tijd in de schaduw van bus gewacht te hebben, vervoerd met een ambulance naar het dichtstbij zijnde ziekenhuis, een kraam kliniek.
Ter plekke werden rontgen fotos gemaakt. Een verticale breuk in het scheenbeen en diverse breukjes in een aantal lendenwervels, was het resultaat. En gekneusde ribben van de camera die achter me aan kwam.
Vervolgens werd ik doorgestuurd naar het universiteits ziekenhuis in Diyarbakir. Daar was de conclusie, dat er weinig voor me kon worden gedaan en dat ik beter af was in een goed hotel met roomservice. Dus zo snel mogelijk terug naar Nederland. Na een week werd ik via Istanboel en Schiphol Amsterdam “thuis” afgeleverd in het Heil der Kranken in Oldenzaal. 8 Kilo lichter dat wel, want ik durfde me nauwelijks te bewegen en moest al helemaal niet denken aan de stoelgang.
Ik kon me ondertussen nog steeds niet goed bewegen en de klapvoet bleef ook aanwezig. Toch maar een CT gedaan in het Enschede. En daar kwam de oorzaak van de pijn aan het licht: het heiligbeen was ook gebroken.
Maar daar was verder geen remedie tegen en de revalidatie werd toch gestart. Fysiotherapie oefeningen en fietsen, eerst nog op de hometrainer voor de tv tijdens de tour de france.
Na 8-tal weken was ik weer zover, dat ik weer halve dagen kon gaan werken. Sporten was lastiger. Volleyballen en hardlopen lukten niet meer zonder veel klachten. Op zaterdagmorgen met gelijkgestemden een rustig potje voetballen ging nog net. Fietsen ging wel goed en wandelen ook. Al hoewel iedereen mij herkent aan het bijzondere loopje, als consequentie van een niet 100% herstelde klapvoet.
Als ik nu de verhalen lees over wat de impact is (fysiek, praktisch, sociaal en mentaal) van een dwarslaesie, en hoe slachtoffers met enorme aanpassingskracht toch een normaal leven proberen op te bouwen, dan ben ik mij zeer bewust van het feit dat ik ontzettende mazzel heb gehad, toen op 18 mei 1990, bij die brug.
Fons






























