We wilden vanmorgen vroeg vertrekken, omdat het vandaag zo’n 32 graden zou worden. Uiteindelijk liepen Jelmer, Sien en ik rond kwart over acht weg. Sien liep een eind mee, omdat ze dan hardlopend terug kon. En dat heeft ze ook gedaan nadat wij een bruggetje zijn overgestoken om de hoogte in te gaan. Rodez ligt op een heuvel en de weg vindt wel dat iedereen eerst naar boven moet. Eenmaal Rodez uit, kwamen we vrij snel op een landweggetje dat overgaat in een karrespoor. Na ca. 8 kilometer stonden we op een punt en als je je dan achterom kijkt, konden we de (bakstenen) kathedraal zien. Grappig, want voor de rustdag zagen we de kathedraal ook al van verre, maar precies van de andere kant.
Het landschap was echt vergelijkbaar met eerdere dagen. Ook Jelmer constateert dat er weliswaar dorpjes zijn, en ook nog mooi, maar dat er geen of nauwelijks leven is. In een van die dorpjes hebben we op een bankje onze broodjes gegeten met wat water erbij in plaats van de gehoopte koffie.
Op wikiloc stond al een steile afdaling en een dito stijging vermeld. En die kwam ook. Het begon met zo’n typisch graspad, waarvan je niet zeker weet of het een pad is. Eenmaal in het bos was het een duidelijk en heel steil pad naar beneden. We hoorden het water al van verre. Dus zei ik dat als we bij het water zijn het laagste punt bereikt is en we weer mogen stijgen. Het laagste punt hebben we bereikt, maar toen moesten we er een eind langs en een viertal keren over de rivier (nou ja zo 5 a 6 meter breed). Dat ging allemaal goed over gladde stenen, omgevallen bomen en steentjes op laag water. Hele mooie route. De klim die daarna volgde was heel steil en duurde langer dan de afdaling. We kwamen fors hoger uit dan toen we met de afdaling begonnen.
Het vervolg ging over een landweggetje, karrensporen en een heel hoog graspad. Jelmer met een korte broek zou last kunnen hebben gehad van de vele brandnetels. Het laatste stuk weer over een asfaltweggetje en gelet op de temperatuur wilden we echt wel over zijn. Vóór de laatste ‘klim’ naar boven liepen we langs een meer dat vooral recreatief wordt gebruikt.
Het vinden van het hotel was niet moeilijk. Baraqueville is geen bijzondere plaats, maar heeft een doorgaande weg waar aan beide kanten hotels en wat winkels zijn. Mijn hotel hadden we snel gevonden. Eerst zitten op het terras met een colaatje en daarna ben ik gaan douchen. Na mij is Jelmer gegaan, omdat Sien inmiddels was gearriveerd om Jelmer op te halen en zij wat schone kleren voor hem had.
Uiteraard hebben we samen een biertje of twee gedronken en Sien een wit wijntje. En hebben we gezellig gekletst over vooral het zzp-schap van beiden. En nog een keertje toepen.
Na het eten zijn ze terug gegaan naar het huisje in Rodez en ik heb Jan Willem gebeld over zijn komst naar deze omgeving op 10 juni. Ook Bertie gebeld, en daarna dit verhaal gemaakt.
Vanaf morgen mag ik weer alleen lopen. De afgelopen periode waren echt heel bijzonder. Eerst met Gerard een zwaar stuk door de Morvan, daarna met Bertie, Fons en Hedwig over de Camino-highway en nu dan het gezelschap van Jelmer en Sien. Ik heb er van genoten. Ik vind het ook bijzonder dat ik ook met Jelmer heb kunnen lopen,nadat onze aanvankelijke trip vanaf Reims door gelukkige omstandigheden (geboorte Bodhi Lea) een heel andere wending kreeg. Hele mooie gesprekken gehad onderweg en Jelmer zei dat hij het als heel mooi heeft ervaren om mijn tocht mee te maken. Supermooi.
En het alleen lopen kan ik nu weer oppakken. Dat vind ik aan de ene kant jammer, want aanspraak hebben onderweg en ervaringen onderweg te kunnen delen geeft wat extra’s. Aan de andere kant gaan mijn gedachten nu weer alle kanten op als ik alleen ben en dat is vaak ook een extra dimensie tijdens het wandelen. Met name de komende dagen dat de etappes er wat ‘gemakkelijker’ uit zien. Dat is theorie. De praktijk ga ik elke avond delen😄
Vandaag 26,1 kilometer gelopen. Gevoegd bij de kilometers tot de rustdag, heb ik er nu 1578,1 kilometer in totaal gelopen. En ook vermeldenswaard is dat we vandaag 815 hoogtemeters hadden en ruim 550 meter zijn gedaald. Best veel!
Vrienden
In het revalidatiecentrum lag ik op een eenpersoonskamer. En tijdens het bezoekmoment, meestal in de avond na het eten, kwamen er vaak vrienden op bezoek. Er waren dagen dat er wel vijftien man rond mijn bed stond. Met mij als middelpunt. Even praten over mijzelf vond ik prima maar liever hoorde ik van hen wat zij deden en meemaakten. Daar kon ik dan weer blij van worden. Ik ben zelfs een keer een avond met ze de stad in geweest. Moest om 23.00 uur binnen zijn omdat daarna de centrale deuren dichtgingen. Ze kenden me inmiddels wel een beetje en vertelden dat ik ook wel via de achterdeur naar binnen kon mocht het iets later worden. Iets later werd het wel: om 4 uur belde ik aan bij de bewaking! Volgende dag was ik om 8 uur weer in de fysiozaal. Precies zoals wij het in Twente zeggen: ’s oavonds de kearl, ‘s morgns de kearl. Ik ga niet vertellen over de kater.
Peter 65 jaar, incomplete dwarslaesie C5


























